De ontstaansgeschiedenis van Gambia is nauw verbonden met de gelijknamige rivier en een eeuwenlange strijd tussen Europese machten. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste periodes:
Vroege geschiedenis en Afrikaanse rijkdommen
Vóór de komst van de Europeanen maakte het gebied deel uit van machtige West-Afrikaanse rijken zoals het Ghana-rijk, het Mali-rijk en het Songhai-rijk. Arabische handelaren maakten in de 9e en 10e eeuw al melding van de regio, die toen een knooppunt was voor de handel in goud, ivoor en slaven via de trans-Sahara routes.
Europese rivaliteit en de slavenhandel
- Portugese ontdekking: In de 15e eeuw (circa 1455) bereikten de Portugezen als eerste Europeanen de monding van de Gambia-rivier. Zij noemden het gebied naar het Portugese woord cambio (ruil/handel).
- Strijd om de rivier: In de 17e eeuw vochten verschillende naties om controle over de rivieroevers, waaronder de Nederlanders (VOC), Fransen, Engelsen en zelfs de Koerlanders (uit het huidige Letland).
- Britse dominantie: In 1783 werd bij het Verdrag van Versailles de Gambia-rivier officieel aan Groot-Brittannië toegewezen, terwijl het omliggende gebied (Senegal) in Franse handen bleef.
De “Kanonnen-grenzen”
De opmerkelijke, smalle vorm van Gambia is het resultaat van koloniale afspraken. Volgens een bekende overlevering werden de grenzen bepaald door een Brits schip dat de rivier opvoer en aan beide kanten kanonskogels afvuurde; waar de kogels landden, werd de grens getrokken. In 1889 legden de Britten en Fransen de huidige grenzen definitief vast.
Onafhankelijkheid en Republiek
- 18 februari 1965: Gambia werd onafhankelijk van Groot-Brittannië onder leiding van Dawda Jawara.
- 1970: Het land werd officieel een republiek.
- Senegambia: Tussen 1982 en 1989 vormde Gambia een kortstondige confederatie met buurland Senegal, genaamd Senegambia, maar deze werd weer ontbonden.
Gambia en de slavenhandel kwamen uitgebreid aan bod in de bestseller van schrijver Alex Haley, “Roots”. Ook de televisieserie die naar aanleiding van het boek werd gemaakt maakte veel indruk.
In januari 2019 bezocht ik een klein particulier museum annex galerie, (tussen Tujereng en Sanyang in Gambia) en ik was onder de indruk van de voorwerpen en de kunstwerken die werden getoond. Daarnaast was de eigenaar een gepassioneerd verteller.
Geografie
De belangrijkste geografische kenmerken zijn:
- Vorm en Ligging: Het land vormt een smalle strook van ongeveer 320 kilometer lang langs de oevers van de Gambia-rivier. Op het breedste punt is het land minder dan 50 kilometer breed.
- De Gambia-rivier: Dit is het dominante kenmerk van het landschap. De rivier stroomt van oost naar west en mondt uit in de Atlantische Oceaan. Het dient als een cruciale transportader en ondersteunt de visserij en landbouw.
- Terrein: Het landschap is over het algemeen erg vlak en laag gelegen. Het bestaat voornamelijk uit de overstromingsvlaktes van de rivier, geflankeerd door lage heuvels. Het hoogste punt ligt slechts op ongeveer 53 meter boven zeeniveau.
- Natuur en Vegetatie:
- Kust: Bekend om de witte zandstranden en palmbomen.
- Rivieroevers: Gekenmerkt door dichte mangrovebossen en moerassen.
- Binnenland: Bestaat grotendeels uit savanne met struikgewas en grasland.
- Klimaat: Gambia heeft een subtropisch klimaat met twee duidelijke seizoenen: een droog seizoen (ongeveer november tot juni) en een warm, nat seizoen (juni tot november).

The Gambia
Deze rivier stroomt vanuit Senegal v. oost naar west. Het water is landinwaarts tot ongeveer 200 km. nog brak. Bij het Tendaba Kamp en het Kiang West National Park is de rivier 1800 m. breed. Het land is nauwelijks breder dan 50 kilometer en is vanaf het uiterste westen tot aan de oostelijke grens met Senegal ruim 430 kilometer. De rivier die Gambia in tweeën deelt heet eveneens The Gambia. Het klimaat is subtropisch met een regenseizoen dat 4 à 5 maanden duurt en vanaf november gevolgd wordt door een droge periode.
Plaatsen
Van noord naar zuid: Bakau/Kachikally/Cape Point, Fajara (Serekunda), Lotu, Kololi, Kerr Sering (Bakoteh), Bijilo (Sukuta), Sanneh-Mentereng, Ghanatown, Brufut (Yundum), Tanje, Tujereng (Brikama),Sanyang, Gunjur, Katya, Folonko, Kartong.
Van wet naar oost: Sukuta, Serekunda, Brikama (zd.), Banjul, Juffereh, Albreda, Kerewan (zd.: Kiang West National Park), Kwinella (zd.), Farafenye, Soma (zd.), Mansa Konko (zd.), Kaur, Pakaliba (zd.), Kerr Batch, Banoon Island National Park (zd.), Wassu, Kuntaur, Georgetown, Bansang (zd.), JanjangBureh, Basse Santa Su (zd.), Fatoto, Kunda.
Hoofdstad 
Banjul, gesticht in 1816. De Denton Bridge (halverwege Bakau – Banjul) is 210 m. lang. De Arch 22 is het symbool van de machtsovername op 22 juli 1994.
Afstanden
Kololi Hotel Paradiso – Banjul 15 km.
Kololi – Yundum Airport 20 km.
Kololi – Tanje 15 km.
Tendala Kamp – Soma 25 km.
Demografie
De demografie van Gambia kenmerkt zich door een jonge, snelgroeiende bevolking met een grote etnische diversiteit.
De belangrijkste demografische kernpunten zijn:
- Bevolking en Groei: Het land telt ongeveer 2,8 miljoen inwoners (schatting 2024). De bevolking groeit snel, met een jaarlijkse toename van ruim 2,3%. De bevolking is zeer jong; de mediane leeftijd ligt rond de 20 jaar.
- Etnische Groepen: Er leven verschillende stammen in harmonie samen, elk met eigen tradities en talen:
- Mandinka: De grootste groep (circa 42%).
- Fula (Fulani): Veelal (voormalige) nomaden (circa 18%).
- Wolof: Voornamelijk woonachtig in de stedelijke gebieden en bekend als handelsvolk (circa 16%).
- Andere belangrijke groepen zijn de Jola en de Serahule.
- Religie: De overgrote meerderheid van de Gambianen, ongeveer 95% tot 96%, is moslim (voornamelijk soennitisch). Christenen vormen een minderheid van circa 3,5% tot 4%.
- Taal: Hoewel elke stam zijn eigen taal spreekt, is Engels de officiële voertaal, mede door het koloniale verleden.
- Spreiding en Verstedelijking: Ondanks dat Gambia klein is, is het een van de dichtstbevolkte landen van Afrika. Ongeveer 60% van de mensen woont in stedelijke gebieden, vooral rond de hoofdstad Banjul en de grotere stad Serekunda.
- Levensomstandigheden: Gambia is een arm land; meer dan de helft van de bevolking leeft onder de armoedegrens. De levensverwachting is relatief laag, rond de 53-65 jaar afhankelijk van de bron.
Economie
De economie van Gambia behoort tot de zwakste ter wereld en is sterk afhankelijk van landbouw, toerisme en buitenlandse hulp. Ondanks deze uitdagingen vertoont het land een veerkrachtig herstel met een geschatte economische groei van 6% in 2025.
De belangrijkste economische pijlers zijn:
- Landbouw: De grootste sector waarin circa 70% van de beroepsbevolking werkzaam is.
- Pinda’s (grondnoten) zijn het belangrijkste exportproduct.
- De sector is kwetsbaar voor wisselende regenval en klimaatverandering.
- Toerisme: Een cruciale bron van inkomsten en buitenlandse valuta, vooral gericht op de kustregio’s.
- Het land profileert zich als de ‘Smiling Coast’ voor winterzonbestemmingen.
- Diensten en Handel: Gambia fungeert als een belangrijke regionale doorvoerhaven (re-export) voor goederen naar buurlanden.
- Inkomensniveau: Het Bruto Binnenlands Product (BBP) per hoofd van de bevolking wordt geschat op ongeveer $890 in 2025.
- Het gemiddelde maandsalaris ligt rond de € 50,-.
- Armoede en Werkloosheid: Ongeveer 48% tot 53% van de bevolking leeft onder de armoedegrens, vooral in landelijke gebieden.
- De totale werkloosheid is hoog, waarbij de jeugdwerkloosheid oploopt tot ruim 44%.
Godsdiensten
90% van de bevolking behoort tot de islam. De Mekkaganger draagt voor zijn naam vaak Alhaji. Gebedstijden zijn: 06.30 u. de Fajr, 14.00 u. de Suhr, 17.00 u. de Asr, 19.30 u. de Maghrib, 20.30 u. de Isha. De marabout is in Senegal en Gambia een charismatische figuur die islamitisch en geestelijk leidsman is, mysticus, toekomstvoorspeller en toverdokter/medicijnman tegelijk is. Hij heeft een erfelijke functie. Boven de deuren van gebouwen en huizen bevinden zich vaak voorwerpen. Kinderen dragen een juju om de hals, gris-gris om de bovenarm of enkel, een belly belly om hun middel, verder schelpen of stukjes leer met een tekst/formule. 10% van de bevolking is anglicaan, Rooms-Katholiek, Bahai-aanhanger, methodist, zevende dag adventist of baptist. Ook de Assembly of God (Pinkstergemeenten) bevindt zich in The Gambia.
De vrijdag en de zondag zijn rustdagen.
Politiek
Het land is in 6 districten verdeeld:
zd.w-midd.: Lower River Division
nrd.w: Greater Banjul
nrd-midd.zd.: Central River Div.
zd.w.: Western Div.
nrd.w.: North Bank Div
o.: Upper River Div.
Gezondheidszorg
De gezondheidszorg in Gambia is zeer beperkt en kampt met aanzienlijke uitdagingen. Hoewel de overheid probeert de toegang te verbeteren, is het systeem nog steeds kwetsbaar.
De belangrijkste kenmerken zijn:
- Beperkte Infrastructuur: Er zijn slechts enkele grote (verwijzings)ziekenhuizen, waarvan het Edward Francis Small Teaching Hospital in Banjul het belangrijkste is. Voor specialistische zorg is men vaak aangewezen op evacuatie naar het buitenland, zoals Senegal.
- Drie niveaus van zorg: Het systeem is opgedeeld in primair (gezondheidsposten in dorpen), secundair (lokale gezondheidscentra) en tertiair (grote ziekenhuizen).
- Personeelstekort: Er is een groot tekort aan geschoolde artsen en verpleegkundigen. Het land is sterk afhankelijk van buitenlandse artsen, bijvoorbeeld uit Cuba en Nigeria.
- Grootste Gezondheidsrisico’s: Infectieziekten zoals malaria, hepatitis en tuberculose komen veel voor. Ook de moeder- en kindsterfte zijn relatief hoog.
- Hygiëne en Voorraad: Er is vaak een gebrek aan essentiële medicijnen en medische hulpmiddelen. Hygiënische omstandigheden in openbare instellingen voldoen vaak niet aan westerse normen.
- Initiatieven: Organisaties zoals Riders for Health spelen een cruciale rol door voertuigen te onderhouden voor medisch transport naar afgelegen gebieden.
Onderwijs
Er is geen leerplicht. NOG-scholen zijn particulier (o.a. geref./methodist/islamitisch enz.). Op de basisscholen wordt in het Engels les gegeven. Aangezien veel kinderen voordat ze naar school gaan alleen hun stamtaal geleerd hebben, beginnen zij met een flinke achterstand. Op de kleuterscholen wordt de kinderen Engels geleerd en de elementaire beginselen van lezen en rekenen. De kleuterscholen zijn meest prive-scholen waarvoor verhoudingsgewijs veel schoolgeld betaald moet worden. Kleuterscholen worden niet gesubsidieerd, basisscholen wel, maar men moet wel schoolgeld betalen en een eigen schooluniform kopen. Als vervolgopleidingen kent men een 3-jarige Junior Secundairy School en een Senior Secundairy School. Hoger onderwijs vindt plaats in Banjul en men studeert veelal in het buitenland.
De Methodist Special School. Deze ligt in Kanifing South (dit is tussen Fajara, Bakau en Serrekunda). De school is gevestigd aan de MDI-road in Kanifing South. Als je vanuit de richting Kololi komt ga je bij de stoplichten rechtsaf en vervolgens na ongeveer 600/800 meter (bij de SANTA YALLA DRUGSTORE) de eerste grote weg linksaf, daarna na ongeveer 400 meter weer rechtsaf en dan vindt je na ongeveer 200 meter de school. Dit is de school waar wij steeds weer terugkomen wannneer we Gambia bezoeken.
Hotelwezen
- GHA, Gambia Hotel Association
- ASSET (2000), Association of Small Scale Enterprises in Tourism.
Telefoon: 00 – 220 + telnr.
Valuta De munteenheid is de GMD (dalasi).
Landbouw en veeteelt
Aardnoten, rijst, gierst, peulvruchten (meestal pinda’s), cassave, graan (couscous), oliën, specerijen, palmboompitten en –vruchten. Rundveeteelt. Verder visvangst en visdrogerijen in Gunjur en Sanyan.
Bosbouw
Kolapalm, kokospalm, mahonieboom (grillig), teakboom (kaarsrecht met grote bladen), katoen- of kapokzijdeboom (enorm groot), mangoboom, boabboom ook wel apenbroodboom, flesseboom (met brede stam van 9 m. omtrek) en schors- of bastboom genoemd. Deze kan 16 – 17 m. hoog, 1000 jaar oud worden en staat meestal midden in een compound of dorp.
Flora
Vuurballelie, Ba Jarbo. Met rode kogel. Chinese Roos heeft grote bloemen. Kinineplant bestaat uit een heg met dikke bladeren. Op de stokjes ervan wordt gekauwd en deze bevatten kinine tegen malaria. Verder cashewnoten als heerlijke vruchten. Tussen de mangrovemoerassen kan gevaren worden. Men kent olifantsgras als onkruid. Over het bamboe: dit is verboden als bouwmateriaal en om als houtskool te gebruiken.

Fauna
Er leven 350 vogelsoorten die vooral ’s morgens en ’s avonds te horen en te zien zijn. Er zijn apen, antilopensoorten, wilde zwijnen en wrattenzwijnen, krokodillen vooral in poelen. Maar weinig nijlpaarden, wel reuzenhagedissen en slangen (bewakers waarschuwen). Verder waterslangen, gitaarvissen, kwakende frogvissen, longvis, modderkruiper (zelfs in de bomen) en dolfijnen (vanuit de Atl. Oceaan).
Natuurparken
Van west naar oost:
- Baboon Island National Park, gedeeltelijk gesloten, bavianen en chimpansees.
- Kiang West National Park, als grootste park open.
- Bijilo Park, bij Kololi.
- Abuko Nature Park, krokodillen. Ook in poelen in Bakau en Berinding.
Voeding
In Gambia draait de keuken om verse, lokale ingrediënten, waarbij rijst de basis vormt van bijna elke maaltijd. Omdat het land aan de rivier en de oceaan ligt, wordt er veel vis gegeten, aangevuld met seizoensgroenten en pinda’s.
Dit zijn de drie meest iconische nationale gerechten:
- Domoda: Dit is waarschijnlijk het bekendste gerecht. Het is een hartige pindasoep (of stoofpot) met vlees of vis en veel groenten, geserveerd met rijst. De saus is dik, romig en een beetje zoet-zout.
- Benachin: Ook wel bekend als ‘One Pot’. Dit lijkt op de bekende Jollof rice. Rijst, vlees/vis en groenten (zoals aubergine, wortel en kool) worden in één pan gekookt met tomatenpuree, wat de rijst een roodbruine kleur en rijke smaak geeft.
- Yassa: Een fris en pittig gerecht met veel gekarameliseerde uien, citroen, mosterd en pepers. Het wordt meestal gemaakt met kip (Yassa Ganar) of vis (Yassa Jene).
Strand
De badman is lifesaver. De strandwacht heeft een “beachwatch”-shirt aan.
Bij het vlaggensysteem is wit: veilig; blauw/geel: oppassen i.v.m. stromingen; rood: niet in zee! Tussen Fajara en Kololi veel mogelijkheden voor eten en drinken.
Hulpverlening
In Bakadaji (bij Basse Santa Su) is o.a. een school die Nederlandse hulp ontvangt. Deze heeft banden met het Bakadaji Hotel (tel. 462 307) waarvan de eigenaar een Nederlander is. Verder zijn er vele (kleine hulporganisaties die via websites te vinden zijn en die allerlei terreinen ontwikkelingswerk ondersteunen.
Excursies
- Gambia Tours, 462 601/462 603.
- Gambia National Tours (Gamtours), 9 370 616.
- West African Tours, 9495 258.
Een betrouwbare gids is Simon, bezoek zijn website voor uitgebreide informatie: Smiling Coast Travel

Voorbereiding
Zonnebrandmiddel, muggenolie en water meenemen. Niet te beste kleren wegens stof. Zwemkleding en handdoek is geen overbodige luxe. Toiletartikelen, zaklamp, batterijen en malariapillen!! Kinderen alleen verantwoord pennen, potloden, schriften, bloknootjes geven. Beter eerst een kleine rondreis te boeken. Daarna zelf naar bepaalde plaatsen om deze niet dubbel bezocht te hebben.
Zelf ondernemen
- Abuko Nature Reserve. Met een pad van 3 km. Vanaf 08.00 u. Bij de prijs is een 2 u. wachten door de chauffeur inbegrepen
- Bijilo park, met vooral apen en vogels (heeft ook een ingang aan het strand)
- Een veemarkt is er op de doorgaande weg van Serekunda en Abuko. Chauffeur wil wel stoppen en meelopen.
- In Brikama: houtsnijwerk.
- In Bakau: een krokodillenvijver te Kachkally, voor enkele dalasis. Chauffeur wacht wel. Ook in Berending en in
Folonko bij Kartong. Voor succes of gezondheid baadt men zich erin of drinkt ervan. Prijs met een chauffeur
afspreken en pas betalen bij het hotel. - Boabab Island.
- Makasuto Culture Forest, een bush-oase.
- Kerr Aldiana, bij Kubuneh.
- Paradise Beach, het mooiste strand bij Sanyang dat zéééér langzaam afloopt. Met een geïmproviseerde douche.
In deze baai warmer water dan langs andere stranden.
Enkele andere toeristische tips
James Island (je kunt met de boot, maar je kunt ook met de pont naar de noordoever van de Gambiarivier en dan met de taxi naar Albreda en vandaar met een klein bootje naar James Island.
De Krokodillenpool in Bakau, je komt dan door een echte Afrikaanse wijk (dit is makkelijk te doen met de taxi vanuit jullie hotel.
De houtmarkt in Brikama eventueel kunnen jullie ook een bezoek brengen aan een paar katholieke zusters, die jonge meisjes opvangen in hun huis. Ze hebben ook een kleine kippenboerderij. Als je naar de houtmarkt gaat is het aan de linkerkant van de weg. een groenhek met daarin een kruis.
Als jullie de kinderopvang van Second Home nog willen bezoeken, dan vind je hier de informatie.
Verder is een bezoek aan de Baptisten kerk in Ghana Town een belevenis (trek niet je beste kleren aan want het stinkt er vreselijk naar gedroogde vis). Even na Ghana Town ligt Tanji en daar heb je een grote visafslag en visdrogerijen, verderop aan de overkant van de weg heb je een openlucht museum, ook de moeite van het bezoeken waard.
Je hebt twee grote markten in Gambia, de Albert markt in Banjul, je kunt dit combineren met een bezoek aan de Arch 22 (de grote toegangspoort van Banjul) en de grote markt in Serrekunda. Allemaal makkelijk te bereiken met een lokale taxi (geel/groen) wel altijd afdingen anders betaal je echt veel te veel.

Taal
Enkele Mandinkawoorden; deze taal voor het grootste deel in Gambia gesproken:
Bakotu grote kreek.
Syabatou zitten en wachten!
Piroques vissersboot voor 7 mensen
Lifesaver badman
nadoko mijn geld
samatoo schoen
muntumale i bitaa wanneer ga je weg?
eikatamento waar ga je heen?
nyata we gaan weg
eibotamentò u komt van…
sijang ga hier zitten
najang kom hier
siimahung diner
adeyata lekker
kotoo broer
läärong bed
banko zand
konto lunch
dasamoo ontbijt
kurtoo broek
siipa rok
tabuloo tafel
somaily hoe gaat het met u?
ebeji uitstekend
i too dun (ito ndii) wat is jouw naam
eitondii “
i faama too dun wat is de naam van je vader
i baama too dun wat is de naam van je moeder
bunda deur
pokiitoo emmer
haa ja
hani nee
kortanante goedendag
hera laata (eisamadeh) goedemorgen (nego sebassi)
hera tinyanta goedemiddag
suuto ye dya goedenavond
keradoreng (dat is) goed
abaraka bedankt
hakatu het spijt me
isi konteng tot ziens
tang saba ning sei 38 (dalasi, koers okt. 2009)
kerelah hoe gaat het?
muso huis
muso vrouw (als echtenoot)
keo als echtgenoot man
eilaku deyata neye ley ik hou van jou
kinkilibaa koffie
fula twee
kilo ei
da dija goedkoop
da koleha duur
ba groot
nding klein
jio water
nkatayaata genoeg
nyieyaata mooi
kanafenkidi zonder ingrediënten
teyro vriend
